Hoofdstuk 8 Succescriteria en Monitoring

Succescriteria en monitoring

Het realiseren van de collectieve voorziening en de inrichting van de regieorganisatie is een meerjarige transitie met ingrijpende organisatorische, technische en bestuurlijke componenten. Het is daarom noodzakelijk om het succes systematisch te meten en actief te monitoren.

Succes wordt daarbij niet alleen bepaald door de realisatie van de voorziening zelf, maar juist ook door de mate waarin gemeenten deze daadwerkelijk gebruiken, de regieorganisatie effectief functioneert en de beoogde maatschappelijke, financiële en organisatorische effecten worden gerealiseerd.

De succescriteria zijn opgebouwd langs zes samenhangende thema's:

  1. Adoptie en gebruik
  2. Maatschappelijke en dienstverleningswaarde
  3. Financiële en operationele effecten
  4. Vereenvoudiging van het applicatielandschap
  5. Functioneren van governance en regie
  6. Gedrag, commitment en collectieve werking

Per thema worden zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren gehanteerd.

De voortgang op bovenstaande succescriteria wordt structureel gemonitord en periodiek gerapporteerd.

Uitgangspunten hierbij zijn:

  • Transparante rapportage aan gemeenten via de VNG-structuur
  • Periodieke actualisatie van KPI’s en streefwaarden
  • Combinatie van kwantitatieve data en kwalitatieve duiding
  • Actieve bijsturing door opdrachtgever en eigenaar op basis van inzichten
  • Expliciete koppeling tussen monitoring en besluitvorming (geen “papieren werkelijkheid”)

De regieorganisatie is verantwoordelijk voor het verzamelen, analyseren en rapporteren van deze informatie en ondersteunt gemeenten bij het interpreteren en benutten ervan.