← Nieuws

Nieuws · 17 december 2024

Nieuwe strategische koers Common Ground: volle kracht vooruit

Met het vaststellen van de Propositie tijdens de VNG ALV in juni is het programma Common Ground een nieuwe fase ingegaan. De komende drie jaar zijn cruciaal: concrete resultaten moeten worden behaald om de gezamenlijke ambitie waar te maken. Maar welke resultaten precies? Dat beeld was, tot nu toe, nog niet helder genoeg.

De scope: focus op wat gemeenten het meeste raakt
In de komende programmaperiode ligt de focus op het “vercommongroundiseren” van gemeentespecifieke oplossingen. Waarom? Omdat gemeenten hier de meeste invloed op hebben: deze systemen worden speciaal voor hen ontwikkeld. Het dienstverleningsdomein staat hierbij voorop. Later breidt de focus uit naar andere gemeentelijke domeinen.

Wat ligt buiten de scope? Het maken van afspraken met ketenpartners over externe databronnen en sectorspecifieke oplossingen. Daar werken andere programma’s aan. Toch blijven de architecten van Common Ground betrokken om de aansluiting te waarborgen. Ook generieke kantoorautomatisering en bedrijfsvoeringstoepassingen vallen buiten de scope. Waar koppelingen met deze systemen nodig zijn voor gemeentelijke oplossingen, pakt het programma dit wel op.

Een collectieve basis als fundament
Om de beweging van Common Ground succesvol te maken, is een collectieve basis nodig. Tot nu toe kopen gemeenten zelfstandig in, wat leidt tot een ongestructureerde informatiearchitectuur en afhankelijkheid van de markt. Juist dit probleem is de aanleiding voor Common Ground. Het programma stelt daarom voor dat gemeenten voortaan collectief werken aan gemeentespecifieke software, gebaseerd op één stelsel van afspraken, met de vijflaagsarchitectuur en GEMMA als basis. Als deze gemeenschappelijke basis ontbreekt, blijft de vraag naar de markt gefragmenteerd en is de meerwaarde van Common Ground onhaalbaar. Dit stelsel is dynamisch en ontwikkelt mee met wetgeving en technologie. Een regieorganisatie met passende governance en mandaat is daarom noodzakelijk.

Focus op de basis: laag 1, 2 en 3
De vijflaagsarchitectuur vormt het raamwerk voor de gemeentelijke informatievoorziening. Het programma ontwikkelt een afsprakenkader voor alle vijf lagen om samenwerking mogelijk te maken. De nadruk ligt echter op de onderste drie lagen – de zogenaamde bodemplaat.

Wat betekent dat concreet?

Laag 1, 2 en 3: Hier neemt het programma regie en werkt intensief samen met gemeenten en leveranciers aan standaarden, componenten en datakoppelingen. Eerst wordt de grootste gemene deler aan gemeentelijke data aangepakt.

Laag 4 en 5: De ontwikkeling van concrete oplossingen ligt bij gemeenten en leveranciers. Het programma grijpt alleen in als er generieke componenten ontstaan die collectieve standaardisatie verdienen.

Om de ontwikkeling te ondersteunen, biedt het programma hulpmiddelen zoals:

  • Documentatieafspraken
  • Een portfolio van beschikbare oplossingen
  • Best practices en overlegstructuren

Realisatiestrategie: standaardiseren met visie
Hoe zorgen we voor goed samenwerkende software op alle lagen? Het programma onderscheidt twee strategieën:

  1. Standaardiseren op software: Eén implementatie van een component die door iedereen wordt gebruikt.

  2. Standaardiseren op specificaties: Gedetailleerde specificaties waar meerdere implementaties zich aan houden. Beide strategieën hebben voor- en nadelen. De keuze kan variëren per architectuurlaag en per component. Ook de sourcingstrategie verschilt: Bij één implementatie (A) moet een monopolie worden voorkomen. Eigenaarschap ligt bij gemeenten. Bij specificaties (B) is een goed functionerende, concurrerende markt belangrijk.

Het programma stelt voor om binnen zes maanden onderzoek te doen naar beide strategieën. De uitkomst moet leiden tot een keuze voor laag 1, 2 en 3, inclusief de bijbehorende sourcingstrategie.

Een sterke regieorganisatie: van A naar B via B
Een regieorganisatie is onmisbaar om de strategische koers te realiseren en te borgen. Het programma stelt voor om op korte termijn een principebesluit te nemen over de inrichting van zo’n organisatie. Vervolgens wordt onderzocht hoe dit juridisch en organisatorisch het beste kan worden vormgegeven.

Wachten tot alles geregeld is, is geen optie. Daarom wordt gedurende de programmaperiode al regie gevoerd via een groeimodel, gebaseerd op het takenpakket uit het eerder verschenen Adviesrapport inrichting Beheer Common Ground. Daarbij sluit het programma aan bij VNG-GROEI, dat vanaf 2025 de juridische basis biedt voor samenwerkingen rond innovaties.

De koers op een rijtje
Het programma zet zich in om de groene lagen (1, 2 en 3) van de architectuur te ontwikkelen en te onderhouden. Gemeenten en marktpartijen nemen de realisatie van oplossingen in laag 4 en 5 voor hun rekening.

Daarnaast zorgt het programma voor de benodigde kaders en hulpmiddelen voor álle lagen. Deze vormen de bouwstenen voor gemeenten en leveranciers om Common Ground-oplossingen te ontwikkelen en in gebruik te nemen.

De strategische koers wordt verder uitgewerkt in een concreet programmaplan dat begin 2025 wordt gepubliceerd. Daarmee kunnen we samen de volgende fase van Common Ground met vertrouwen ingaan: een toekomst waarin gemeenten écht grip hebben op hun informatievoorziening.