Nieuws · 12 maart 2019 · jaap den ouden
Common Ground is een start-up die nu moet gaan opleveren

Waar staat Common Ground een jaar na de allereerste Fieldlab in Eindhoven? Wat voor jaar is 2018 geweest? En wat moet de beweging in 2019 gaan opleveren? “Het accent ligt op het opleveren van toepassingen.”
Voorafgaand aan het Congrestival van VNG Realisatie in Utrecht komen enkele tientallen developers, informatie-architecten, productowners en datastrategen twee dagen bij elkaar om in sprints samen te werken aan digitale toepassingen. Deze toepassingen hebben één ding gemeen: ze voldoen aan het principe dat data bij de bron wordt bevraagd en niet langer wordt gekopieerd en opgeslagen. En verzoeken om data verlopen altijd via een interactielaag. Common Ground dus.
Gigantische start-up Dat deze teams dit namens gemeenten en VNG Realisatie aan het ontwikkelen zijn is een gevolg van wat er een jaar geleden bereikt is tijdens het Fieldlab Common Ground in Eindhoven. Aan lange tafels vol laptops en kabels wordt al zittend hard gewerkt om vervolgens weer staand op witte borden en vellen papier uit te schrijven. Het heeft veel weg van een gigantische start-up in deze provisorische setting van DeFabrique.
“Common Ground werkt ook als een soort start-up, reageert Raymond Alexander. Als voorzitter van koepelorganisatie IMG en hoofd van de IT-organisatie van de gemeente Den Bosch stond hij als één van de initiatiefnemers aan de wieg van de beweging en blikt terug op het afgelopen jaar. “We hebben het idee inclusief een ‘proof of concept’ getoetst aan een groep potentiële afnemers. Die afnemers, dat zijn in eerste instantie de gemeenten en haar leveranciers. Het proof of concept van de informatiekundige visie dat het anders moet. We hebben afgelopen jaar veel bereikt in het mobiliseren en informeren. Er is veel draagvlak voor de visie van Common Ground. We staken daar veel energie in het afgelopen jaar. In 2019 moet de aandacht naar research en development. Het accent ligt op het opleveren van toepassingen. Want er is niets zo erg als de hooggespannen verwachtingen niet waar kunnen maken.”
Balans tussen draagvlak en daadkracht Om meer daadkracht te organiseren verfijnt Alexander dan ook de werkwijze door elke drie maanden naar buiten te treden met resultaten. “We hebben een cadans nodig die ons dwingt om elke drie maanden te laten zien wat we hebben opgeleverd. Dat zijn duidelijk herkenbare componenten die waarde toevoegen aan de concretisering van de visie. Zo ontstaat er een balans tussen draagvlak en daadkracht. De beste manier om aan te tonen dat Common Ground ons verder brengt is door een voortdurende stroom concrete resultaten te laten zien.”
Moonshot
Kan de visie vergeleken worden met het idee begin jaren zestig van de vorige eeuw om een mens naar de maan te sturen? Alexander: “Common Ground is ook zo’n groot ideaal, een moonshot, het heeft een enorme ambitie. Tegelijk zijn we niet de eersten die dit klaarspelen, in het bedrijfsleven is het loskoppelen van data van processen de standaard. Onze complexiteit is vooral de omvang van het aantal organisaties, de samenwerking met mede-overheden, uitvoeringsorganisatie en marktpartijen. Er zijn gemeenten die in het concretiseren van de visie voorop kunnen lopen, ook omdat ze energie en middelen hebben en vaak is de motivatie dat ze er een concreet probleem mee kunnen oplossen. Niet elke gemeente kan zich dat permitteren omdat de benodigde capaciteit, kennis of middelen beperkt zijn. Er moet dan ook een voortdurend besef zijn dat wat een gemeente of een groep van gemeenten samen met marktpartijen als praktisch resultaat realiseren uiteindelijk toepasbaar is voor het collectief van alle gemeenten. Dat is de essentie van Samen Organiseren: één keer te ontwikkelen om 355 keer toe te passen. Gedurende de transformatie moeten nog tal van vraagstukken worden opgelost. Ik moet regelmatig denken aan een passage uit het beroemde gedicht van Elsschot: tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. We kunnen deze oplossen, maar het staat buiten kijf dat het een grote inspanning is van ons allemaal.”