Nieuws · 4 februari 2019 · jaap den ouden
Common Ground avant la lettre: Open Webconcept

Het Open Webconcept is al helemaal niet nieuw meer en openbaarde zich al tijdens het Fieldlab Dienstverlening. Tijdens deze werkweek maakte Holger Peters met marktpartijen en gemeenten een grote stap met overeenkomsten en een eerste slag in de uitvoering. Dit alles met als doel een meer flexibele en goedkopere digitale dienstverlening voor gemeenten. Een concept waar Peters al sinds 2016 aan werkt.
Peters, strategisch I&A-adviseur bij de Gelderse gemeente Buren (ruim 26.000 inwoners), voelt zich aangetrokken tot Common Ground. Met name omdat hij het gedachtegoed van de beweging al vele jaren in de praktijk brengt. Hij loopt dan ook al een tijdje mee in de wereld van de e-overheid en was onder meer betrokken bij het project gemeente Pragmatika van EGEM (de voorloper van KING, het huidige VNG Realisatie, FdJ) en bij GemGids, een stichting die software door en voor de overheid ontwikkelt.
Ook Peters stuitte in zijn werkzame leven voor verschillende gemeenten meerdere malen op ‘belemmeringen’ vanuit leverancierskant. Voor hem was dat reden om in 2016 te starten met het Open Webconcept. “Aanleiding was onder meer een verzoek dat wij deden richting onze leverancier met de vraag om een API te bouwen voor onze nieuwsberichten. Dat kon, maar wel voor een bedrag van 100.000 euro, plus bijkomende beheerkosten. Dat vonden wij te gek en op dat moment hebben we besloten om het op een andere manier op te lossen. Hoe, dat was nog niet echt helder, maar we wilden in ieder geval onafhankelijker zijn van leveranciers.”
Het móet open source zijn
In de visie van het Open Webconcept speelt open source software een cruciale rol. “De software die wij bouwen, draait op open source en is daarmee voor de hele markt bruikbaar. Voor ons is dat een harde eis. Het móet open source zijn. Een andere eis is dat de code die ontwikkeld is, als open sourcelicentie beschikbaar moet zijn én blijven. Dus andere marktpartijen moeten die code kunnen oppakken, kunnen installeren, als dienst kunnen inzetten voor bijvoorbeeld andere gemeenten, maar ook kunnen verbeteren en uitbreiden en terug kunnen leveren aan het Open Webconcept. Bij het zoeken naar de juiste partij zeggen we er ook altijd bij dat die partijen er niet vanuit moeten gaan dat zij hun investeringen kunnen terugverdienen met de verkoop van licenties op hun software. De marktpartijen moeten dus realistisch aangeven wat het ontwikkelen van de software kost. Zij worden alleen gevraagd voor een SLA-contract en het kan zo maar zijn dat wij als gemeenten over twee of drie jaar in zee gaan met een ander bedrijf. En wie weet doen wij het beheer straks zelf, als wij bijvoorbeeld vanuit tien of twintig gemeenten een pool kunnen opzetten om het beheer van de software te doen. Die hoeven niet per se bij elkaar te zitten. Je kunt met medewerkers van verschillende gemeenten prima een virtueel team vormen.”